Een goed samengesteld rantsoen levert alleen resultaat op wanneer het ook vers en stabiel aan het voerhek blijft.
Toch zien veel melkveehouders vooral tijdens warme periodes dat een TMR sneller opwarmt. Het voer ruikt anders, koeien worden kritischer aan het voerhek en de voeropname loopt terug. Vaak wordt dit afgedaan als een gevolg van warm weer, terwijl de werkelijke oorzaak meestal broei is.
Broei kost niet alleen droge stof en voederwaarde, maar kan ook leiden tot lagere melkproductie, minder pensstabiliteit en onnodige voerverliezen.
Wat is broei?
Broei ontstaat wanneer gisten en schimmels opnieuw actief worden zodra zuurstof bij het voer komt. Tijdens het uitkuilen of nadat een TMR is gemengd, krijgen deze micro-organismen opnieuw toegang tot zuurstof. Daarbij verbruiken ze suikers en melkzuur, waardoor warmte vrijkomt.
Het gevolg is een rantsoen dat steeds verder opwarmt en voedingswaarde verliest. Juist in de zomer kan dat proces verrassend snel verlopen.
Waarom broei meer is dan alleen warm voer
Een opgewarmd rantsoen heeft gevolgen die niet altijd direct zichtbaar zijn. Koeien reageren vaak als eerste. Veel voorkomende signalen zijn:
- een lagere voeropname;
- meer selectie aan het voerhek;
- minder herkauwactiviteit;
- wisselende mest;
- schommelingen in melkproductie;
- verlies van smakelijkheid.
Wanneer broei langere tijd aanhoudt, lopen ook de voerkosten op doordat waardevolle voedingsstoffen verloren gaan.
Waar ontstaat broei?
Broei kan op verschillende momenten ontstaan.
- Tijdens het uitkuilen: Na opening van de kuil komt zuurstof in contact met het ruwvoer. Wanneer gisten aanwezig zijn, kan de temperatuur snel oplopen.
- In de TMR: Ook een gemengd rantsoen blijft niet onbeperkt stabiel. Vooral tijdens warme dagen kan de temperatuur binnen enkele uren stijgen.
- Aan het voerhek; Hoe langer voer blijft liggen, hoe groter de kans dat micro-organismen zich ontwikkelen en de smakelijkheid afneemt.
Broei voorkomen begint al bij het inkuilen
Een stabiele kuil ontstaat niet pas na het openen. Tijdens het inkuilen worden de belangrijkste keuzes gemaakt. Een goede conservering vraagt om:
- voldoende verdichting;
- een snelle luchtdichte afsluiting;
- een goede fermentatie;
- beperking van gisten en schimmels.
Juist daarom verdient de toplaag extra aandacht. Deze komt als eerste in contact met zuurstof wanneer de kuil wordt geopend.
De rol van organische zuren
Organische zuren worden al jarenlang ingezet om de microbiële stabiliteit van ruwvoer en TMR te ondersteunen. Door de groei van gisten en schimmels af te remmen, blijft het voer langer fris en smakelijk.
Dat draagt bij aan:
- minder broei;
- behoud van voederwaarde;
- een stabielere voeropname;
- minder voerresten;
- een constanter rantsoen.
Een stabiel rantsoen ondersteunt uiteindelijk ook de pensgezondheid en melkproductie.
Welke oplossing past bij welke situatie?
Afhankelijk van het moment waarop kwaliteitsverlies optreedt, biedt Jodoco verschillende oplossingen.
| Product | Toepassing |
|---|---|
| Ruval Plus | Combineert een eiwitrijke samenstelling met conserverende eigenschappen. Ondersteunt de voeding van de koe en helpt de TMR langer smakelijk en stabiel te houden. |
| Ruval Max | Levert zowel eiwit als extra energie en ondersteunt tegelijkertijd de conservering van het gemengde rantsoen. |
| Acibet® TMR | Remt broei in TMR en ruwvoer af, waardoor het rantsoen langer fris blijft en de voeropname wordt ondersteund. |
| Acibet® G | Ondersteunt een betere opname en benutting van het rantsoen en draagt bij aan een stabiele voederkwaliteit. |
| Jodosil NC |
Speciaal ontwikkeld voor het verbeteren van de kuilstabiliteit. Toepasbaar:
|
Conclusie
Broei ontstaat niet van de ene op de andere dag. Het is meestal het gevolg van zuurstof, onvoldoende kuilstabiliteit en een snelle groei van gisten en schimmels.
Door al tijdens het inkuilen aandacht te besteden aan conservering en ook tijdens het voeren te kiezen voor een stabiele TMR, blijven voerkwaliteit, smakelijkheid en voeropname beter behouden.
Met oplossingen zoals Jodosil NC, Acibet® TMR, Acibet® G, Ruval Plus en Ruval Max ondersteunt Jodoco melkveehouders bij het beperken van broei en het behouden van een kwalitatief hoogwaardig rantsoen.
Wilt u weten welke aanpak het beste past bij uw bedrijf? Neem contact op met de specialisten van Jodoco voor advies over kuilstabiliteit, rantsoenbeheer en conservering.


