Nieuws & kennis

Wat is de rol van enzymen in de spijsvertering van landbouwhuisdieren?

Zonder enzymen blijven waardevolle nutriënten onbenut — ontdek hoe ze spijsvertering bij landbouwhuisdieren sturen.

Enzymen spelen een onmisbare rol in de spijsvertering van landbouwhuisdieren. Ze zijn de biologische katalysatoren die complexe voedingsstoffen zoals zetmeel, eiwitten en vetten omzetten in kleinere moleculen die het dier kan opnemen en benutten. Zonder een goed functionerend enzymensysteem blijven waardevolle nutriënten onbenut, wat directe gevolgen heeft voor groei, gezondheid en voederconversie. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over enzymen in de diervoeding.

Welke enzymen zijn betrokken bij de spijsvertering van landbouwhuisdieren?

Bij landbouwhuisdieren zijn drie grote groepen spijsverteringsenzymen actief: proteasen die eiwitten afbreken, lipasen die vetten splitsen, en carbohydrasen die koolhydraten verteren. Elk van deze enzymen wordt aangemaakt in specifieke organen en werkt in een bepaalde fase van het spijsverteringskanaal. Samen vormen ze een gecoördineerd systeem dat voer omzet in bruikbare bouwstoffen.

De belangrijkste enzymen per categorie zijn:

  • Proteasen: pepsine (maag), trypsine en chymotrypsine (alvleesklier) breken eiwitketens op in aminozuren en peptiden
  • Lipasen: maaglipase en pancreaslipase splitsen triglyceriden in vetzuren en glycerol
  • Carbohydrasen: amylase (speeksel en alvleesklier) verteert zetmeel; lactase, maltase en sucrase verwerken enkelvoudige suikers in de dunne darm
  • Fytase: breekt fytinezuur af en maakt gebonden fosfor en mineralen beschikbaar
  • Cellulasen en xylanasen: worden niet door het dier zelf aangemaakt, maar kunnen als voederadditief worden toegevoegd om plantaardige celwanden te verteren

Naast de door het dier zelf geproduceerde enzymen spelen ook micro-organismen in het maagdarmkanaal een rol. Zij produceren enzymen die het dier zelf niet of nauwelijks aanmaakt, wat met name bij herkauwers en bij de afbraak van vezelrijke grondstoffen van groot belang is.

Hoe verloopt het spijsverteringsproces bij varkens en pluimvee?

Bij varkens en pluimvee verloopt de spijsvertering via een eenvoudig maagdarmstelsel zonder pensgisting. Het voer wordt mechanisch en chemisch afgebroken in de maag, waarna enzymatische vertering plaatsvindt in de dunne darm. De dikke darm verzorgt ten slotte de fermentatie van onverteerde resten en de wateropname.

Spijsvertering bij varkens

Bij varkens begint de vertering al in de mond, waar speekselamylase zetmeel gedeeltelijk afbreekt. In de maag zorgt pepsine, geactiveerd door maagzuur, voor de eerste eiwitafbraak. Het zure maagsap doodt ook schadelijke bacteriën. In de dunne darm nemen pancreasenzymen het werk over: trypsine, chymotrypsine, amylase en lipase verteren de grote voedingsmoleculen verder. De dunne darm is ook de plek waar de meeste nutriënten worden opgenomen via de darmvlokken.

Spijsvertering bij pluimvee

Pluimvee heeft een anatomisch iets ander systeem. Het voer passeert de krop, de proventriculus (kliermaag) en de spiermaag, die het voer mechanisch vermaalt. Daarna volgt dezelfde enzymatische vertering in de dunne darm als bij varkens. Omdat pluimvee geen tanden heeft en het voer minder lang in het maagdarmkanaal verblijft, is een efficiënte enzymwerking in de dunne darm extra kritisch voor een goede voederbenutting.

Waarom kunnen jonge dieren niet alle voedingsstoffen even goed verteren?

Jonge dieren produceren nog onvoldoende spijsverteringsenzymen om complexe voedingsstoffen volledig te benutten. Bij biggen en kuikens is de aanmaak van enzymen zoals protease, amylase en lipase in de eerste levensweken beperkt. Het maagdarmstelsel is nog volop in ontwikkeling, waardoor de verteerbaarheid van eiwitten, vetten en complexe koolhydraten lager is dan bij volwassen dieren.

Bij pasgeboren biggen is de maag nog weinig zuur, waardoor pepsine nauwelijks actief is. Tegelijk is de alvleesklier nog niet volledig ontwikkeld, wat de productie van pancreasenzymen beperkt. Kuikens in de eerste levensdagen hebben een vergelijkbare beperking: de enzymatische capaciteit groeit pas geleidelijk mee met de voedselinname. Dit verklaart waarom jonge dieren gevoeliger zijn voor diarree en groeivertraging wanneer het voer niet goed aansluit bij hun beperkte verteringscapaciteit.

De overgang van moedermelk of eigeel naar vast voer is daarbij een kritisch moment. Het dieet verandert abrupt, terwijl het enzymensysteem nog niet volledig is afgestemd op plantaardige grondstoffen. Speciaal jonge dierenvoer met licht verteerbare ingrediënten en aanvullende enzymen helpt deze kloof te overbruggen en ondersteunt een vlotte opstart.

Wat zijn anti-nutritionele factoren en hoe beïnvloeden ze enzymen?

Anti-nutritionele factoren (ANF’s) zijn van nature voorkomende stoffen in plantaardige grondstoffen die de werking van spijsverteringsenzymen remmen of de opname van nutriënten verstoren. Ze zijn een van de belangrijkste redenen waarom de benutting van plantaardig voer bij eenmagige dieren als varkens en pluimvee soms tegenvalt.

Bekende anti-nutritionele factoren en hun effect op enzymen zijn:

  1. Trypsineremmers (in soja): blokkeren trypsine en chymotrypsine, waardoor eiwitvertering sterk vermindert en de alvleesklier overbelast raakt door compensatoire overproductie van enzymen
  2. Fytinezuur (in granen en peulvruchten): bindt mineralen zoals fosfor, calcium en zink, en remt ook de activiteit van proteasen en amylase
  3. Niet-zetmeelpolysacchariden of NSP’s (in tarwe, rogge, gerst): verhogen de viscositeit in de darm, waardoor enzymen moeilijker bij hun substraat kunnen komen en de nutriëntopname daalt
  4. Lectines: binden aan de darmwand en verstoren de opname van nutriënten en de integriteit van het darmepitheel
  5. Tannines: vormen complexen met eiwitten en verlagen daarmee de beschikbaarheid voor proteasen

Door gerichte toevoeging van enzymen zoals fytase, xylanase en protease kan een groot deel van de schade door ANF’s worden beperkt. Verhitting van grondstoffen zoals sojaschroot vermindert ook de activiteit van hittegevoelige ANF’s zoals trypsineremmers.

Hoe beïnvloeden stress en ziekte de enzymproductie bij dieren?

Stress en ziekte verlagen de productie en activiteit van spijsverteringsenzymen aanzienlijk. Wanneer een dier te maken heeft met hittestress, infectie of een verstoorde darmgezondheid, verschuift de prioriteit van het lichaam van groei en vertering naar overleving en immuunrespons. Dit gaat direct ten koste van de enzymatische capaciteit.

Bij hittestress vermindert de bloedtoevoer naar het maagdarmkanaal, waardoor de aanmaak van enzymen in de alvleesklier en het darmepitheel daalt. Tegelijk neemt de voeropname af, wat de enzymatische prikkeling verder vermindert. Het gevolg is een lagere verteerbaarheid op het moment dat het dier de nutriënten het hardst nodig heeft om te herstellen.

Bij infecties met darmpathogenen zoals E. coli of coccidiose worden de darmvlokken beschadigd. Omdat de enzymen voor de eindvertering van suikers en peptiden juist op de toppen van deze villi zitten, daalt de verteringscapaciteit sterk. Dit leidt tot onverteerde voedingsstoffen in de dikke darm, wat de groei van schadelijke bacteriën bevordert en de situatie verder verergert.

Een goede ondersteuning via drank- en voederadditieven kan in stressperiodes helpen om de darmintegriteit te beschermen en het herstel van de enzymatische functie te ondersteunen. Het beschermen van de darmbarrière is daarbij een sleutelfactor.

Wanneer is het zinvol om exogene enzymen toe te voegen aan diervoeder?

Het toevoegen van exogene enzymen aan diervoeder is zinvol wanneer het dieet grondstoffen bevat die het dier niet zelf volledig kan verteren, wanneer jonge dieren nog onvoldoende enzymen aanmaken, of wanneer anti-nutritionele factoren de vertering belemmeren. In de praktijk is dit bij de meeste moderne pluimvee- en varkensrantsoenen het geval.

Concrete situaties waarbij exogene enzymen toegevoegde waarde bieden:

  • Rantsoenen op basis van tarwe, gerst of rogge met hoge NSP-gehaltes: xylanasen en glucanasen verlagen de viscositeit en verbeteren de nutriëntopname
  • Sojarijke diëten: protease helpt resterende trypsineremmers te omzeilen en verhoogt de eiwitverteerbaarheid
  • Alle diëten met plantaardige grondstoffen: fytase verbetert de beschikbaarheid van fosfor en andere mineralen, wat ook de behoefte aan anorganisch fosfaat in het rantsoen verlaagt
  • Jonge dieren in de eerste levensweken: aanvullende enzymen compenseren de beperkte eigen productie
  • Periodes van stress of ziekte: enzymen ondersteunen de vertering wanneer de eigen enzymatische capaciteit tijdelijk daalt

Het is wel belangrijk om enzymen te kiezen die stabiel zijn bij de temperaturen van het pelleteerproces en die actief zijn in het juiste pH-bereik van het maagdarmkanaal van het doeldier. Niet elk enzym werkt even goed in de zure maagomgeving van het varken als in de minder zure omgeving van de dunne darm.

Hoe Jodoco helpt bij een gezonde spijsvertering bij landbouwhuisdieren

Een optimale spijsvertering begint bij een gezonde darm. Wij bij Jodoco geloven dat het ondersteunen van de darmgezondheid de meest duurzame manier is om de nutriëntbenutting te verbeteren en de technische prestaties te verhogen. Onze aanpak combineert meerdere werkingsmechanismen in één formule, zodat de darm onder alle omstandigheden optimaal functioneert.

Onze producten dragen op de volgende manieren bij aan een betere spijsvertering:

  • Betaine als osmolyt beschermt darmepitheelcellen tegen stress en behoudt de integriteit van de darmbarrière, ook bij hitte of infectie
  • Organische zuren verlagen de pH in de maag en ondersteunen zo de activering van maagenzym pepsine, terwijl ze tegelijk schadelijke bacteriën zoals E. coli en Salmonella bestrijden
  • Butyraat en MCFA versterken de darmvlokken en verbeteren het absorptieoppervlak, wat de werking van spijsverteringsenzymen direct ondersteunt
  • Gistcelwanden (bèta-glucanen en MOS) moduleren het microbioom richting eubiose, zodat nuttige bacteriën de enzymatische vertering aanvullen
  • Essentiële oliën remmen pathogene bacteriën en verminderen ontsteking in de darm

Onze producten zoals Grovax en Jodobet betaine zijn beschikbaar voor toediening via voer of drinkwater, zodat u de dosering volledig kunt afstemmen op de situatie in uw stal. Wilt u weten welke combinatie het beste past bij uw diersoort en productiesysteem? Neem contact met ons op en wij denken graag met u mee.

Gerelateerde artikelen

Misschien vindt u dit ook wel interessant

socialmedia2
Genomineerd voor Trends Gazellen 2025: een erkenning voor duurzame groei
Jodoco is genomineerd voor de Trends Gazellen 2025. Lees wat deze erkenning betekent voor onze klanten,...
Lees meer
Tussentitel toevoegen
Waarom Jodoco kiest voor natuurlijke betaïne uit suikerbieten
Ontdek waarom Jodoco kiest voor natuurlijke betaïne uit suikerbieten en hoe betaïne bijdraagt aan voerbenutting,...
Lees meer
Duurzaaamheid
Hoe Jodoco werkt aan een duurzamere landbouw
Ontdek hoe Jodoco duurzaamheid vertaalt naar concrete acties, meetbare ESG-resultaten en innovatieve...
Lees meer

Navigeren

{ Menu }

Open sollicitatie: Jouw talent, onze toekomst?

Heeft u specifieke vragen of wenst u meer informatie over onze producten en diensten? Ons team van deskundigen staat klaar om u te voorzien van op maat gemaakte oplossingen die perfect aansluiten bij uw unieke behoeften.

Solliciteer nu!