Hittestress verlaagt de melkproductie bij koeien gemiddeld met 10 tot 25 procent, afhankelijk van de intensiteit en duur van de hitte. Dat verlies is geen toeval: wanneer de lichaamstemperatuur van een koe stijgt, verschuift haar energiebalans radicaal. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over hittestress bij melkvee, van fysiologie tot praktisch voedermanagement.
Welke fysiologische processen verstoort hittestress bij melkkoeien?
Hittestress verstoort bij melkkoeien een reeks samenhangende fysiologische processen: de energiebalans, de hormonale regulatie, de darmintegriteit en de celstofwisseling raken allemaal ontregeld wanneer de lichaamstemperatuur structureel te hoog blijft. De koe investeert energie in afkoeling in plaats van in melkproductie, met directe gevolgen voor haar prestaties en gezondheid.
Wanneer de omgevingstemperatuur stijgt, verhoogt de koe haar ademhalingsfrequentie en vergroot ze de bloeddoorstroming naar de huid om warmte af te voeren. Dit kost energie. Tegelijkertijd daalt de voeropname, waardoor er minder energie binnenkomt. Het resultaat is een negatieve energiebalans die vergelijkbaar is met die in de vroege lactatiefase.
Op celniveau treedt osmotische stress op: cellen verliezen vocht en raken uit balans. De productie van hitteschokeiwitten neemt toe als beschermingsmechanisme, maar dit gaat ten koste van andere eiwitsyntheseprocessen. Tegelijkertijd stijgt de oxidatieve stress, wat de darmbarrière verzwakt en de kans op infecties vergroot. De darmwand wordt doorlaatbaarder, wat leidt tot een verhoogde kans op endotoxemie, een toestand waarbij bacteriële giftstoffen vanuit de darm in de bloedbaan terechtkomen.
Hoeveel melkproductie gaat verloren door hittestress?
Hittestress bij koeien leidt doorgaans tot een productieverlies van 10 tot 25 procent, maar in extreme gevallen kan dat oplopen tot 40 procent. Het verlies is het gevolg van zowel verminderde voeropname als directe fysiologische verstoringen die de melksynthese belemmeren, ongeacht de beschikbare voedingsstoffen.
Interessant is dat onderzoek aantoont dat een deel van het productieverlies niet verklaard wordt door verminderde voeropname alleen. Zelfs wanneer koeien voldoende eten, produceren ze minder melk tijdens hittestress. Dit wijst op directe hormonale en metabolische verstoringen: het insulinegehalte stijgt, de glucosebeschikbaarheid voor de uier daalt en de aanmaak van melkvet en melkeiwit vermindert.
De economische impact is aanzienlijk. Melkveehouders in warmere klimaten en tijdens hete zomers in België en Nederland zien niet alleen de dagproductie dalen, maar ook een tragere terugkeer naar het normale productieniveau na de hitteperiode. Koeien die zware hittestress hebben ondergaan, herstellen trager en presteren in de volgende lactatie soms structureel minder goed.
Waarom daalt de melkkwaliteit bij hoge temperaturen?
Bij hoge temperaturen daalt de melkkwaliteit omdat hittestress de samenstelling van melk direct beïnvloedt: het gehalte aan vet, eiwit en lactose neemt af, terwijl het somatisch celgetal stijgt. Dit maakt de melk minder waardevol voor verwerking en verhoogt het risico op uiergezondheidsproblemen.
Het stijgende somatisch celgetal is een directe indicator van uierontsteking. Hittestress verzwakt het immuunsysteem van de koe, waardoor ze gevoeliger wordt voor mastitisverwekkers. Tegelijkertijd zorgt de verhoogde lichaamstemperatuur voor een snellere bacteriegroei in de omgeving van de koe, wat het infectierisico verder vergroot.
De daling van het vetgehalte hangt samen met veranderingen in de pensgisting. Hittestress verstoort de verhouding tussen acetaat en propionaat in de pens: er wordt relatief meer propionaat geproduceerd, wat ten koste gaat van de vetzuursynthese voor melkvet. Tegelijkertijd daalt het eiwitgehalte doordat minder aminozuren beschikbaar zijn voor de melkklier, deels omdat de koe ze inzet voor herstelprocessen.
Welke koeien zijn het meest kwetsbaar voor hittestress?
Hoogproductieve melkkoeien zijn het meest kwetsbaar voor hittestress, omdat ze door hun intensieve metabolisme al meer lichaamswarmte produceren dan laagproductieve dieren. Daarnaast zijn koeien in de droogstandsperiode, in de vroege lactatie en in de late dracht bijzonder gevoelig voor de gevolgen van hoge temperaturen.
De volgende groepen verdienen extra aandacht:
- Hoogproductieve koeien: Zij genereren meer metabolische warmte en hebben minder marge om extra hitte af te voeren.
- Koeien in vroege lactatie: Ze bevinden zich al in een negatieve energiebalans en hebben minder reserves om de extra belasting van hittestress op te vangen.
- Droogstaande en hoogdrachtige koeien: Hittestress in deze fase heeft gevolgen voor de kalfsontwikkeling, de biestkwaliteit en de productie in de volgende lactatie.
- Oudere koeien: Hun thermoregulatievermogen is minder efficiënt dan dat van jonge dieren.
- Koeien met een hoog lichaamsgewicht: Een groter lichaamsvolume produceert meer warmte en koelt moeilijker af.
Rasgebonden factoren spelen ook een rol. Holstein-Friesian koeien, het dominante melkveeras in België en Nederland, zijn door hun hoge melkproductie inherent gevoeliger voor hittestress dan dubbeldoelrassen of vleesveerassen.
Hoe kan voedermanagement hittestress bij melkvee beperken?
Voedermanagement kan hittestress bij melkvee beperken door de energiedichtheid van het rantsoen te verhogen, de voeropname te stimuleren via timing en smakelijkheid, en gerichte supplementen in te zetten die de osmotische balans en de stofwisseling ondersteunen. Een doordachte voederstrategie vermindert het productieverlies aanzienlijk.
Praktische aanpassingen in het voedermanagement tijdens warme perioden zijn onder meer:
- Voer verstrekken in de koelere uren: Koeien eten liever ’s nachts of vroeg in de ochtend wanneer de temperatuur lager is. Pas het voerschema aan op het warmtepatroon van de dag.
- Energiedichtheid verhogen: Voeg meer vetrijke grondstoffen toe om de lagere voeropname gedeeltelijk te compenseren zonder het pensvolume te belasten.
- Buffers toevoegen: Natriumbicarbonaat en andere pensbuffers helpen de pH stabiel te houden wanneer de pensgisting door hittestress verandert.
- Wateropname maximaliseren: Zorg voor voldoende drinkplaatsen met vers, koel water. Een melkkoe drinkt tijdens hittestress tot 150 liter per dag.
- Osmotische ondersteuning bieden: Betaïne is een bewezen osmolyt die cellen beschermt tegen uitdroging en stress. Via drinkwater- en voederadditieven kan betaïne gericht worden ingezet tijdens hittestressperioden.
Naast het rantsoen is ook de TMR-stabiliteit belangrijk. Bij warme temperaturen fermenteert het totaalrantsoen sneller, wat de smakelijkheid verlaagt en de voeropname verder onder druk zet. Producten die de TMR langer vers houden, zoals Acibet TMR, helpen dit probleem te beperken.
Wanneer is hittestress een probleem in de Belgische en Nederlandse veehouderij?
In België en Nederland treedt hittestress bij melkvee op wanneer de temperatuur-vochtigheidsindex (THI) boven de 68 uitkomt. In de praktijk betekent dit dat al bij een buitentemperatuur van 25 graden Celsius gecombineerd met normale luchtvochtigheid de productie en gezondheid van koeien onder druk komen te staan.
Traditioneel werd hittestress in onze regio gezien als een incidenteel zomerprobleem. Dat beeld klopt niet meer. Door klimaatverandering worden hittegolven vaker, langer en intenser. In 2026 is de kans op periodes met meerdere achtereenvolgende tropische dagen in de Belgische en Nederlandse zomer groter dan ooit tevoren. Melkveehouders die hierop niet anticiperen, riskeren elk jaar terugkerende productieverliezen.
Bovendien onderschatten veel veehouders de impact van nachtelijke temperaturen. Koeien herstellen van hittestress ’s nachts, maar wanneer de nachttemperatuur boven de 18 graden blijft, is dat herstel onvolledig. Chronische, laaggradige hittestress gedurende weken is daardoor soms schadelijker dan een korte maar intense hittegolf.
Stallen met onvoldoende ventilatie versterken het probleem. Zelfs bij buitentemperaturen van 20 graden kan de staltemperatuur oplopen tot boven de 30 graden, zeker in oudere gebouwen zonder mechanische ventilatie. Vroege monitoring via THI-berekeningen en aanpassing van het management voordat de zomer begint, maakt een groot verschil.
Hoe betaïne helpt bij hittestress bij melkvee
Betaïne is een van de meest wetenschappelijk onderbouwde natuurlijke ingrediënten voor de aanpak van hittestress bij melkvee. Als osmolyt beschermt betaïne cellen actief tegen vochtverlies en osmotische stress, precies de mechanismen die hittestress op celniveau veroorzaakt. Meer informatie over de werking van dit ingrediënt vind je op onze pagina over betaïne.
Bij herkauwers werkt betaïne via meerdere wegen:
- Osmotische ondersteuning van cellen bij hittestress
- Stimulering van de microbiële eiwitsynthese in de pens
- Positief effect op de vertering van vezels en de productie van korte-ketenvetzuren
- Ondersteuning van de leverfunctie en vermindering van de negatieve energiebalans
- Bijdrage aan hogere melkproductie en betere melkkwaliteit
Wij bij Jodoco hebben betaïne als kernbestanddeel verwerkt in producten die specifiek zijn ontwikkeld voor de uitdagingen van de zomerperiode. Acibet G combineert natuurlijke betaïne met glycerol en organische zuren voor een gerichte ondersteuning van de energiebalans en leverfunctie bij melkvee. Proefresultaten tonen aan dat koeien die Acibet G krijgen hun melkproductie beter behouden, zelfs met minder krachtvoer per 100 kg melk.
Wil je weten welke aanpak het beste past bij jouw bedrijfssituatie? Neem contact op met ons team voor persoonlijk advies over hittestressmanagement en de juiste voederstrategie voor jouw melkveebedrijf.


